Monday, May 26, 2008

De Dood en het Meisje, door Herman & Inge

De bloementuin was uitgebloeid en de avond trad vroeg in daar de wolken talloos en dik waren. De herfst kondigde zich aan met een kille rukwind en het meisje dat in de tuin liep huiverde want ze had een veels te dun opwaaiend zomerjurkje aan. Toch liep ze door want achterin de tuin zou haar minnaar haar opwachten, in 't geniep, vol romantiek. Koud had het meisje het maar in de verzekering van de haar wachtende nacht van passie en geluk schreidde zij volharden voort en men kan zich haar huiver licht indenken toen zij plots een zwarte gestalte met een sikkelvormig instrument zag verrijzen in haar blikveld. ¶
'Parbleu,' zei het meisje, 'wie zijt gij?'. 'De dood,' sprak het wezen.
'Hm. Dat is de eerste keer dat ik U van zo nabij ontmoet. Tot zover was u slechts een concept, en van concepten houd ik niet zo, vooral niet in de kunst, maar nu zie ik u daadwerkelijk: u bent een bordeauxrode naar zwart neigende antropomorfe gestalte met twee gloeiende kooltjes als ogen. Als u achter een gordijn zou staan, zou het rode licht in uw ogen dwars door de stof heen waarneembaar zijn. U ruikt niet -zoals ik verwachtte- naar zwavel, maar naar vruchtbare aarde, wanneer het geregend heeft. Het enige dat mij weerhoudt om mij in uw uitnodigend uitgespreide armen te vleien is de koude die u uitstraalt. Laten we onze conversatie dan ook vooral beperken tot een intellectuele uitwisseling van ideeën. ¶
Vertel mij allereerst eens -wanneer het U belieft- waaraan ik de eer van uw bezoek te danken heb.' De dood nam plaats in de zetel.

'Welnu,' verzuchtte hij. 'Wil je de werkelijke verklaring met alle gruwelijke details en opzienbarende feiten, of de romantische, ook schokkende maar zoveel meer draaglijke verklaring?'
'Oh, doe de feitelijke maar,' zei het meisje.
De dood zuchtte nogmaals. 'Welnu,' begon hij.
'Oh nee, toch maar de romantische,' zei het meisje.
'Goed dan,' sprak de dood.
'Oh, of toch de feiten?' vroeg het meisje. De dood keek haar indringend aan.
'Feit of fictie?' zei het meisje, 'ik weet het gewoon niet. Er is voor allebei wel iets te zeggen, kijk, ik wil best weten wat waar is, maar ik ben ook heel vatbaar voor schoonheid moet je weten, ik ben tenslotte een meisje, en tja, die keuze valt me gewoon heel zwaar. Wat zou jij doen als je mij ¶
was? Wetenschap of kunst hè, dat is net zoiets, ik blijf daar maar tegenaan lopen...'.
De dood hief half wanhopig, half verveeld de ogen naar boven.
'Veel hedendaagse kunst,' vervolgde het meisje, 'blijft namelijk steken in een thematische opsomming, waaraan alle esthetische kwaliteiten ondergeschikt zijn gemaakt. Die eenduidigheid is dodelijk voor de verwondering. Trouwens, niet alleen in de kunst, maar bij eender welke waarneming wordt de hedendaagse mens gedreven door een verlangen naar definiëring, een dier bijvoorbeeld, mensen willen meteen weten welk dier ze voor zich hebben, in plaats van de eigenheid van ¶
bijvoorbeeld zijn bewegingen waar te nemen. Overigens...' Hier onderbrak de dood het meisje.

'Mijn waarde, hoe overtuigend ik je betoog ook vind, en hoe spijtig het ook is voor de mensen thuis, ik kom je toch halen. Maar, omdat ik je wel een sympathiek hart toedraag, geef ik je de keuze hoé te sterven.'
'Ik was nog niet klaar!' zei het meisje.
'Ok dan,' zei de dood.
'Ja, nu ben ik dus mijn punt vergeten. Bedankt.' zei het meisje, en trok haar beledigde-leverworst-gezicht.
'Ook goed,' zei de dood. 'Welaan dan, ik ben nu ook de drie opties vergeten. Dan maar op de klassieke wijze...' ¶
en de dood zwaaide wat met zijn zeis.
Zijn bewegingen hadden een bijzondere esthetische kwaliteit die het meisje wilde vastleggen. Maar helaas had ze haar camera aan een vriendin uitgeleend. 'Misschien met m'n fototoestel dan, met een lange sluitertijd,' dacht het meisje. Maar ze wilde de kamer niet verlaten, in de tijd dat ze haar fototoestel zou gaan halen zou de dood er weleens tussenuit kunnen knijpen. Dat risico wilde ze niet nemen. Dus keek ze aandachtig naar zijn bewegingen, om ze later, op een of andere manier, vanuit haar herinnering, opnieuw te kunnen vormgeven. Maar toen doofden de kooltjes in de dood zijn ogen en werd de kamer volledig duister.

1 comment:

Kellie said...

Bravo bravo, ik lust meer!!!!